10 november 2018 / Zo, de eerste week zit erop

De eerste week zit er op. Dat wil niet zeggen dat ik hier nu, op zaterdag in de vroege morgen, niet zit te vergaan van de herrie want de vloer wordt door Van den Akker stoffeerders geslepen en geëgaliseerd. Als we gedacht hadden dat het afgelopen week een rommel was dan zijn we nu op het hoogtepunt aangekomen… hoop ik.

We waren in de laatste blog bij de bouwvergadering gebleven. We zetten voor deze gelegenheid ons serieuze gezicht op en zitten met zeven man om de tafel. Er is een drama met de bekleding van de bar, het gekozen is niet voorradig… Er komt een nieuw stukje materiaal tevoorschijn. ‘Ik vind het niet zo mooi, veel te glimmend’. ‘Vreselijk’, roept Arjan (onze zwager, oom en adviseur) theatraal: ‘Het glimt als een keutel in de maneschijn!’, waarna we allemaal van de lach 10 minuten niet aanspreekbaar zijn… Ja, ja, een keutel in de maneschijn, het kan maar duidelijk zijn!

We tikken een en ander af en hebben verder niets bijzonders, alhoewel, Gresnigt kijkt me benauwd aan: ‘Eigenlijk moet het magazijn leeg en het plafond eruit want nu we toch bezig zijn willen we het daar ook in orde maken.’ Hij trekt er een gezicht bij of we zwaar in overtreding zijn met de elektriciteit voorziening aldaar. En met een uitslaande brand in gedachten roepen we: ‘Zorgen we voor!’ We zuchten niet eens en bestellen nog maar weer 30 groentekratten bij onze onvolprezen groenteman Ton van Koert en stapelen het magazijn erin. De chaos is compleet en dan te weten dat we gewoon hotelgasten hebben die ontbijten en heel gewoon ook nog een paar kleine partijtjes…

Dan is het alweer donderdag. De mannen fluiten, de radio staat luid en toch denk ik op een gegeven moment: ‘ff kijken of alles goed gaat’. De Opper-Timmer staat verwoed te telefoneren, de stoom komt uit zijn oren, zijn ogen donkerblauw… ‘Oh, Oh’, denk ik, ‘foute boel’. En ja hoor de Onder-Timmers hebben een niet al te beste move gemaakt. We zeggen niet wat en niet wie en niet hoe. Ze kwamen van verre… Goed. We bakken kroketten voor de schrik en dat blijkt voor iedereen een troostrijk gebaar.

De volgende dag arriveren er vier dakdekkers om de balkons te repareren (kun je, als je de zaak een beetje kent, ongeveer uitrekenen wat er gebeurde). De radio staat weer keihard en de Opper hoor ik weer lachen. En wij? Wij wringen ons tussen de opgestapelde kisten in de keuken door, plakken maar weer eens wat deuren dicht, trekken het plafond in het magazijn eruit, helpen de dakdekkers, zetten sloten koffie, vegen en stofzuigen tot we een ons wegen. Tussendoor nemen we ook nog allerlei ad-hoc beslissingen en doen net alsof het allemaal de normaalste zaak van de wereld is.

Op naar de volgende week.

P.s. Ondertussen zijn we ook zo trots als een pauw want wij hebben ook voor 2019 onze, o zo geliefde, Bib Gourmand behouden!